![]() |
|
![]() |
![]() |
|||||||||||
|
|
![]() |
|
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|||||
![]() |
![]() |
|||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||
![]() |
![]() |
|||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||
ENERGY Energie is een basisbehoefte. We hebben energie nodig om goed te leven. Een goed verwarmd en geventileerd huis, verlichting, toegang tot telecommunicatie, voldoende mobiliteit zijn niet weg te denken uit ons dagelijkse leven. En ook het bedrijfsleven draait op de beschikbaarheid van voldoende betaalbare energie. Energie is een basisrecht voor iedereen. Energiearmoede is in de 21ste eeuw onaanvaardbaar. Het basisrecht dat iedereen heeft op voldoende beschikbare en betaalbare energie moet zich ook vertalen in het recht om niet gedwongen te worden om energie te verspillen, het recht om energiezuinig te kunnen wonen en leven. De manier waarop we momenteel omgaan met energie heeft gevolgen voor ons leefmilieu en voor de beschikbaarheid van energie en grondstoffen voor de generaties die na ons komen. De verbranding van fossiele brandstoffen zorgt voor de uitstoot van broeikasgassen. Energieproductie zorgt voor afval en de uitstoot van verontreinigende stoffen in de atmosfeer. Vele energiebronnen zijn eindig en steeds moeilijker en duurder om te ontginnen terwijl ons energiegebruik ons afhankelijk maakt van regio’s in de wereld waar het onrustig is. Willen we er voor zorgen dat onze energievoorziening de energievoorziening en ontwikkelingskansen van de generaties die na ons komen niet in het gedrang brengt, moeten we ons energiegebruik en onze energieproductie verduurzamen door materiaal- en energiekringlopen te sluiten. Hierbij moeten we volgende prioriteiten hanteren: 1. De meest milieuvriendelijke, de meest goedkope én dus de meest sociale energie is deze die niet wordt verspild. De afgelopen jaren hebben we al een grote inspanning geleverd om energie op een meer rationele manier te gebruiken. Maar het besparingspotentieel in onze gebouwen, toestellen, producten, voertuigen, productieprocessen en diensten is nog altijd immens. 2. Energie moet zo duurzaam mogelijk worden opgewekt. Dit betekent dat maximaal een beroep wordt gedaan op energie uit hernieuwbare bronnen als biomassa, aardwarmte, zonne- energie, waterkracht door verval of door getijden en windkracht. 3. De energie die alsnog wordt opgewekt uit niet-hernieuwbare energiebronnen moet zo schoon mogelijk worden opgewekt en zo efficiënt mogelijk worden toegepast. Om deze omslag in ons omgaan met en produceren van energie te bewerkstelligen moeten we een transitiebeleid voeren. Energiezuinige technologieën en energieopwekking uit hernieuwbare bronnen zijn vandaag al beschikbaar, maar worden nog te weinig ingezet. Sommige technologieën kunnen nog veel efficiënter en rendabeler worden, maar moeten eerst nog verder worden onderzocht. Door zogenaamde leereffecten en schaalvoordelen wordt nieuwe technologie snel goedkoper. Een sterk innovatiebeleid samen met een slimme en marktconforme overheidssteun voor de ontwikkeling en toepassing van duurzame energietechnologie moet ervoor zorgen dat we de kansen nu grijpen en mee zijn met de voorlopers. Want de vraag is niet óf hernieuwbare energie zich zal ontwikkelen tot een concurrentiële oplossing op grote schaal, de vraag is hoe Vlaanderen en Europa in deze ontwikkeling een koploperspositie zal kunnen verwerven.
|
![]() |